ECLI:NL:PHR:2025:759
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest hof wegens onvoldoende steunbewijs bij ontucht met minderjarige stiefdochters
De verdachte werd door het hof Den Haag veroordeeld tot 78 maanden gevangenisstraf wegens meervoudige ontuchtige handelingen met zijn minderjarige stiefdochters. Het hof baseerde de bewezenverklaring voornamelijk op de verklaringen van de slachtoffers, ondersteund door behandelverslagen en een verklaring van de moeder als steunbewijs in de zin van art. 342 lid 2 Sv Pro.
De Procureur-Generaal stelt in zijn conclusie dat het hof ten onrechte heeft geoordeeld dat het bewijsminimum is gehaald. De behandelverslagen zijn grotendeels een weergave van de verklaringen van het slachtoffer zelf en bevatten geen onafhankelijke waarnemingen die als steunbewijs kunnen dienen. Ook de verklaring van de moeder is vooral een herhaling van wat de slachtoffers hebben verklaard en biedt slechts algemene context zonder voldoende relevant verband.
Verder wijst de conclusie erop dat het hof geen gebruik heeft gemaakt van schakelbewijs, zoals de overeenkomsten tussen de verklaringen van beide stiefdochters, wat de bewijsconstructie had kunnen versterken. Gezien deze tekortkomingen is het oordeel van het hof niet begrijpelijk en kan de bewezenverklaring niet worden gedragen.
De conclusie adviseert daarom vernietiging van het arrest en terugwijzing van de zaak naar het hof Den Haag voor een nieuwe behandeling van het hoger beroep. Het tweede middel van cassatie behoeft geen bespreking omdat het eerste middel slaagt.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen wegens onvoldoende steunbewijs voor de bewezenverklaring.