Conclusie
Nummer22/04648
De bewezenverklaring, de bewijsmiddelen, de bewijsoverweging en de pleitnota
Overweging met betrekking tot het bewijs
Verklaring [getuige 1] als steunbewijs
(vrijwel) direct na het voorval(vgl. ECLI:NL:HR:2014:957 en ECLI:NL:HR:2009:BJ3537). Met betrekking tot gedragsverandering, wat hier overigens niet wordt gesteld en waarvoor ook geen aanwijzingen, laat staan bewijs is, moet dit ook zijn waargenomen tijdens de delictsperiode en niet daarna (ECLI:NL:HR:2010:BM2452 en ECLI:NL:HR:2017:1216).
Het eerste middel
eerste deelklachthoudt in dat het hof de voor het bewijs gebezigde verklaring van [slachtoffer] , dat de verdachte zijn werktelefoon niet opnam of uitdrukte, heeft gedenatureerd.
tweede deelklachtkomt op tegen ’s hofs oordeel dat de verklaring van [slachtoffer] steun vindt in de verklaring van [getuige 1] . Dit oordeel zou – mede in het licht van hetgeen op dit punt door de raadsman in hoger beroep naar voren is gebracht – niet zonder meer begrijpelijk zijn.
derde deelklachthoudt in dat het hof heeft verzuimd met voldoende mate van nauwkeurigheid de bewijsmiddelen aan te geven waaraan het de voor de bewezenverklaring mede redengevende omstandigheid heeft ontleend dat [getuige 1] de door de verdachte gewerkte dagen en type diensten op 19, 26 en 29 december 2019 heeft bevestigd. Derhalve zou de bewezenverklaring niet naar behoren zijn onderbouwd.