ECLI:NL:HR:2024:694

Hoge Raad

Datum uitspraak
14 mei 2024
Publicatiedatum
10 mei 2024
Zaaknummer
22/03953
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5a.1 WVW 1994Art. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
3 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt ernstige verkeersgevaarlijk gedrag en verwerpt cassatie

De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch waarin verdachte werd veroordeeld voor ernstig verkeersgevaarlijk gedrag. Dit gedrag bestond uit het negeren van een stopteken, het meermalen wisselen van rijstrook zonder richtingaanwijzer, rijden met aanzienlijke overschrijding van de maximumsnelheid, dicht op andere voertuigen rijden met lichtsignalen, rijden over de vluchtstrook en het rechts inhalen van meerdere voertuigen.

Het hof oordeelde dat verdachte de verkeersregels in ernstige mate had geschonden en dat dit gedragingen opleverde die een ernstig verkeersgevaar vormden. Tevens stelde het hof vast dat het opzet op het in ernstige mate schenden van de verkeersregels aanwezig was en dat het voorzienbaar was dat levensgevaar of zwaar lichamelijk letsel kon ontstaan.

De Hoge Raad heeft het cassatieberoep van verdachte beoordeeld en geoordeeld dat de klachten niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de motivering van het hof nader te toetsen, omdat de vragen niet van belang waren voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.

Het beroep werd door de Hoge Raad verworpen, waarmee het arrest van het hof stand houdt en de veroordeling voor ernstig verkeersgevaarlijk gedrag definitief is.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de veroordeling voor ernstig verkeersgevaarlijk gedrag.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer22/03953
Datum14 mei 2024
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 14 oktober 2022, nummer 20-002850-20, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2000,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft E.H. Bokhorst, advocaat in Veenendaal, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en C.N. Dalebout, in bijzijn van de waarnemend griffier B.C. Broekhuizen-Meuter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
14 mei 2024.