Conclusie
1.Cassatieberoep
2.Waar het in deze zaak om gaat
3.De bewezenverklaring en de bewijsvoering
1. De verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting van dit hof d.d. 14 februari 2023, voor zover inhoudende:
het hof begrijpt: 14 september 2021] omstreeks 23:45 uur zien wij, verbalisanten, een personenauto, type Mercedes-Benz AMG C 63, zwart van kleur en voorzien van Nederlands kenteken [kenteken 1] rijden op de Doctor Hub van Doorneweg en rijden in de richting van de kruising aan de N297 (Gelders Eind). Ongeveer 30 meter voordat voornoemd voertuig bij de kruising arriveert zien wij dat deze personenauto op de plek om zijn as begint te draaien, zijnde zogenaamde "donuts”. Ik bedoel hiermee dat de bestuurder de motor hoog in de toeren jaagt en met volle kracht de frictie van de achterwielen met het asfalt verbreekt waardoor de wielen doordraaien en spinnen. Door het frictieverlies en de wrijving van de banden op het asfalt rookten de achterbanden heftig. Doordat de bestuurder zijn stuur instuurde en de achterwielen naar grip zochten en rookten, draaide deze rondjes op het asfalt wat ook wel "donuts" genoemd wordt. Na een aantal "donuts" zien wij dat voornoemde bestuurder met zijn voertuig richting het midden van de kruising gelegen aan de N297 (Gelders Eind) en de Doctor Hub van Doorneweg rijden. Hier zien wij, verbalisanten, dat voornoemd voertuig wederom "donuts" begint te draaien midden op de kruising gelegen op de N297 (Gelders Eind) ter hoogte
het hof begrijpt: de verdachte] probeerde zich bij het zien van de politie te verstoppen onder het voertuig. Tevens blijkt dat de verdachte:
het hof begrijpt: Mercedes AMG C83] de N297 op (autoweg) en maakte "donuts" direct vóór het dienstvoertuig van de marechaussee. Ondergetekende heeft toen het zwaailicht op het dak van het civiele voertuig geplaatst. Meteen sloeg de Mercedes op de vlucht richting Sittard. Hierbij versnelde de chauffeur van de DB zo heftig, dat de achterklep voortdurend losraakte. De patrouilleauto zette de vervolging in. Op dat moment was de DB Mercedes al ca. 200 meter van de patrouilleauto verwijderd. Er waren alleen nog enigszins de achterlichten te zien van de personenauto. De patrouilledienst zag plotseling dat de remlichten van de DB gingen oplichten en van rechts naar links over de rijbaan switchten. Op dat moment was de Mercedes alweer veel verder weggereden en reed nu ca. 500 tot 600 meter vóór de patrouilleauto van de marechaussee. In het licht van het tegemoetkomende verkeer zag men plotseling dat vermoedelijk voertuigonderdelen door de lucht vlogen. Toen de betreffende patrouille de plaats bereikte, werden plastic onderdelen op de rijbaan gevonden. Pas nadat de afslag was genomen, zag ondergetekende de Mercedes AMG recht in het weiland. De patrouilleauto stopte en liep naar de personenauto. Het portier aan de chauffeurskant van de personenauto was open. In het voertuig zat een man op de bijrijdersstoel en achter links een vrouw. Ondergetekende bleef bij de beide personen en de Nederlandse collega zocht in het nabijgelegen terrein naar de chauffeur van de personenauto. Hierbij werd ca. 150 meter vóór de plaats van het ongeval een rode ongeval auto op het fietspad gezien. Blijkbaar was dit voertuig door de DB AMG aangereden en vervolgens over de rijbaan op het fietspad geslingerd.
het hof begrijpt: letsel] is: gebroken linker heup, gebroken linker oogkas, gebroken linker sleutelbeen en hersenschudding. Op 29 september ben ik nog eens geopereerd aan mijn oogkast [
het hof begrijpt: oogkas]. Vanaf 30 september 2021 heb ik gekluisterd aan een rolstoel tot 15 oktober 2021. Ik heb 2x per week fysiotherapie. Ik ben fysiek beperkt. Volledig herstel is volgens de fysiotherapeut mogelijk, maar duurt minimaal een jaar.
hierna: WVW).
Stb.2019,413). Daarbij heeft de wetgever het begrip roekeloosheid nader ingevuld en zo het toepassingsbereik daarvan willen uitbreiden. Daartoe is thans in artikel 175 WVW Pro, dat de strafbepaling van artikel 6 WVW Pro bevat, aan het tweede lid toegevoegd dat van roekeloosheid in elk geval sprake is als het gedrag tevens als een overtreding van artikel 5a, eerste lid, WVW kan worden aangemerkt.
4.Het middel
in elk gevalbestaat en “dat zeer gevaarlijk rijgedrag dat de delictsomschrijving van artikel 5a WVW vervult, roekeloosheid in de zin van de wet oplevert.” [10] De invulling van de delictsbestanddelen van art. 5a WVW is daarmee direct van belang voor het bewijs van art. 6 WVW Pro. Overigens heeft de wetgever met de koppeling van art. 5a WVW aan roekeloosheid geen uitputtende beschrijving van het begrip roekeloosheid willen geven: [11]
in ieder geval[cursivering A-G] kan worden vastgesteld. Maar ook op grond van andere gedragingen, feiten en omstandigheden kan schuld in de zin van roekeloosheid worden aangenomen.”
een of meer[cursivering A-G] van de genoemde gedragingen te verrichten.”
een of meer verkeersovertredingen[cursivering A-G] heeft begaan waardoor zeer gevaarlijke situaties zijn ontstaan en bijgevolg door de verdachte onaanvaardbare risico’s zijn genomen, levert dat gedrag welhaast per definitie het opzettelijk in ernstige mate schenden van de verkeersregels op.”
overtredingvoldoende kan zijn voor een bewezenverklaring van art. 5a WVW, komt het bij de beoordeling van de andere bestanddelen, zoals opzet en ‘ernstige mate’, aan op alle gedragingen van de verdachte en alle omstandigheden van het geval. Daaronder zijn ook voorafgaande gedragingen van de verdachte begrepen. [17] Ook in de rechtspraak van de Hoge Raad komt het voor dat één (gevaarlijke) gedraging voldoende wordt geacht voor het aannemen van roekeloosheid. In zijn arrest van 2 februari ECLI:NL:HR:2021:129,
NJ2021/90, m.nt. W.H. Vellinga liet de Hoge Raad het oordeel van het hof in stand dat sprake was van roekeloosheid door het aan de handrem trekken van een auto die op dat moment 70 km/h reed.
gevaarlijkinhalen, dan zal de verdachte minst genomen bewust de aanmerkelijke kans moeten hebben aanvaard dat door zijn inhaalmanoeuvre
gevaarontstond. En dan kan het Porsche-arrest een rol spelen, hetgeen in mijn optiek betekent dat als er aanwijzingen zijn dat de verdachte gevaar wil voorkomen (hij keert terug naar zijn eigen wegstrook als er een tegenligger aankomt), die aanwijzingen een contra-indicatie zijn voor het aanvaarden van de aanmerkelijke kans op gevaar.
culpozevariant van deze gedragingen te betrekken bij het oordeel dat sprake is van roekeloosheid, moet het er voor worden gehouden dat de wetgever dat niet heeft gewild. In art. 5a WVW is immers niet voor niets geëist dat de genoemde verkeersovertredingen
opzettelijkzijn begaan.
zich bewust was of had moeten zijn van het zeer ernstige gevaarwat door zijn buitengewoon onvoorzichtige gedraging in het leven is geroepen.
gevaarlijkinhalen. Bewijsoverwegingen over het vereiste opzet op de inhaal- dan wel uitwijkmanoeuvre ontbreken. Het hof heeft noch onder het kopje ‘c. opzet’ noch in een andere overweging expliciet overwogen uit welke feiten en omstandigheden het hof het opzet heeft afgeleid. De vaststelling dat de verdachte links heeft
willeninhalen is daartoe onvoldoende. Voorts meen ik dat het opzet niet volgt uit de bewijsmiddelen. Uit de bewijsmiddelen kan immers niet worden afgeleid op welke wijze de verdachte de uitwijkmanoeuvre heeft uitgevoerd. Uit de verklaringen van de verbalisanten in de patrouillewagen, zoals die voor het bewijs zijn gebruikt, volgt dat zij de uitwijkmanoeuvre van de verdachte niet hebben gezien. Er wordt slechts gesproken over het rood oplichten van de remlichten (bewijsmiddel 2 en 3) en het van rechts naar links over de rijbaan switchen van deze remlichten (bewijsmiddel 3). Uit de VOA-rapportage (bewijsmiddel 6) volgt enkel dat de Mercedes in de linker achterzijde van de Daihatsu is gereden. Daar komt bij dat de verklaring van de verdachte (bewijsmiddel 1), zoals de steller van het middel betoogt, eerder wijst op een culpoze manoeuvre. De verdachte heeft immers verklaard dat hij de achterlichten van de Daihatsu “ineens” zag en dat hij
dacht dat hij er links voorbij kon. Het hof heeft over deze verklaring overwogen dat de verdachte, toen de Daihatsu voor hem opdoemde, heeft geprobeerd de auto te ontwijken door hem links in te halen en
dat hij meende dat hij links kon inhalen. Deze als bewijsmiddel opgenomen verklaring – en de uitleg die het hof daaraan heeft gegeven; de verdachte heeft verklaard dat hij meende dat hij er links voorbij kon – duiden eerder op een verkeerde inschatting dan op het bewust aanvaarden van de aanmerkelijke kans dat er gevaar ontstond.
dolus in causazou kunnen worden meegewogen in de bewezenverklaring van het opzet op het niet tijdig snelheid verminderen en niet behoorlijk uitwijken, [61] heeft het hof er geen blijk van gegeven een dergelijke redenering te hebben gevolgd.
opzettelijktrachten in te halen onvoldoende is gemotiveerd, het enkele feit dat sprake is van de vastgestelde snelheidsovertreding onvoldoende is voor de bewezenverklaring van roekeloosheid. Volgens de steller van het middel geldt dit des te meer “omdat het hof aan het samenstel van gedragingen gewicht toekent bij de beoordeling of er sprake is van roekeloos rijgedrag”.