ECLI:NL:HR:2024:740

Hoge Raad

Datum uitspraak
28 mei 2024
Publicatiedatum
21 mei 2024
Zaaknummer
23/00221
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 94 SvArt. 117 SvArt. 134.2.c SvArt. 140.2 SrArt. 552a Sv
Verwijzingen
6 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep wegens vernietiging inbeslaggenomen voorwerpen

De zaak betreft een cassatieberoep tegen een beschikking van de rechtbank Midden-Nederland inzake beslag op drie banners van een voortzettingsvorm van een verboden motorclub, op grond van verdenking van voortzetting van werkzaamheden van die verboden motorclub.

De klager heeft beroep ingesteld tegen de beslagbeschikking en een cassatiemiddel voorgesteld. De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de klager omdat de inbeslaggenomen voorwerpen inmiddels zijn vernietigd.

De Hoge Raad heeft op 28 mei 2024 het cassatieberoep niet-ontvankelijk verklaard, omdat door de vernietiging van de voorwerpen en de daartoe verleende machtiging, het belang van de klager bij het beroep is komen te vervallen. Hierdoor kan het cassatieberoep niet in behandeling worden genomen.

Uitkomst: Het cassatieberoep is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van belang door vernietiging van de inbeslaggenomen voorwerpen.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer23/00221 B
Datum28 mei 2024
BESCHIKKING
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Midden-Nederland van 17 januari 2023, nummer RK 22/026075, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend
door
[klager],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1964,
hierna: de klager.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de klager. Namens deze heeft J.J.J. van Rijsbergen, advocaat in Breda, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de klager in het beroep.

2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

De Hoge Raad kan het cassatieberoep van de klager niet in behandeling nemen. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
28 mei 2024.