ECLI:NL:HR:2024:774

Hoge Raad

Datum uitspraak
31 mei 2024
Publicatiedatum
30 mei 2024
Zaaknummer
22/02936
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:42 AwbArt. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
6 uitgaand · 3 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt digitale beschikbaarstelling stukken voldoet aan artikel 8:42 Awb

Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam inzake aanslagen watersysteemheffing en zuiveringsheffing voor het jaar 2018 opgelegd door het Hoogheemraadschap Amstel, Gooi en Vecht.

De kern van het geschil betrof de vraag of het bestuursorgaan aan artikel 8:42 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan voldoen door een begroting digitaal beschikbaar te stellen via een link naar een internetpagina, in plaats van deze in papieren vorm te overleggen.

De Hoge Raad verwijst naar een eerder die dag gewezen arrest (ECLI:NL:HR:2024:567) waarin is bevestigd dat digitale beschikbaarstelling van stukken via een link voldoet aan de vereisten van artikel 8:42 Awb Pro. Het beroep van belanghebbende wordt daarom ongegrond verklaard.

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor proceskostenveroordeling en motiveert de afwijzing van overige klachten niet, omdat deze niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard; digitale beschikbaarstelling via een link voldoet aan artikel 8:42 Awb.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer22/02936
Datum31 mei 2024
ARREST
in de zaak van
[X] (hierna: belanghebbende)
tegen
het DAGELIJKS BESTUUR VAN HET HOOGHEEMRAADSCHAP AMSTEL, GOOI EN VECHT
op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 9 juni 2022, nr. 20/00645 [1] , op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Amsterdam (nr. AMS 18/6895) betreffende de aan belanghebbende voor het jaar 2018 opgelegde aanslag in de watersysteemheffing ingezetenen, de aan belanghebbende voor dat jaar opgelegde aanslag in de watersysteemheffing gebouwd en de aan belanghebbende voor dat jaar opgelegde aanslag in de zuiveringsheffing woonruimte.

1.Geding in cassatie

Belanghebbende, vertegenwoordigd door M.M. Vrolijk, heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal M.R.T. Pauwels heeft op 10 november 2023 geconcludeerd tot ongegrondverklaring van het beroep in cassatie. [2]
Belanghebbende heeft schriftelijk op de conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van de middelen

2.1
Het tweede middel faalt voor zover het berust op het uitgangspunt dat een bestuursorgaan alleen aan artikel 8:42 Awb Pro kan voldoen door een op de zaak betrekking hebbend stuk in papieren vorm aan de bestuursrechter te doen toekomen. Dat uitgangspunt is onjuist gelet op het arrest dat de Hoge Raad vandaag heeft uitgesproken in de zaak met nummer 22/00849, ECLI:NL:HR:2024:567.
2.2
De Hoge Raad heeft ook de overige klachten over de uitspraak van het Hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

4.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.R. van Eijsden als voorzitter, en de raadsheren M.W.C. Feteris, J. Wortel, M.T. Boerlage en A.E.H. van der Voort Maarschalk, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 31 mei 2024.

Voetnoten

2.ECLI:NL:PHR:2023:1063, met gemeenschappelijke bijlage ECLI:NL:PHR:2023:1064.