ECLI:NL:HR:2024:86
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht
Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. De griffier van de Hoge Raad wees belanghebbende bij aangetekende brief op de verplichting tot betaling van griffierecht en stelde een termijn van vier weken voor betaling.
De brief werd afgeleverd op het opgegeven adres, maar het griffierecht werd niet voldaan. Vervolgens plaatste de griffier een bericht in het digitale dossier van belanghebbende met de mogelijkheid om een verklaring te geven voor het niet betalen van het griffierecht. Tevens werd hiervan een kennisgeving verzonden naar het opgegeven e-mailadres.
Belanghebbende maakte geen gebruik van deze gelegenheid. Op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb verklaarde de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. De Hoge Raad zag geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen en sprak het arrest uit op 26 januari 2024.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.