Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
3.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
4.Beslissing
1 juli 2025.
Hoge Raad
In deze zaak heeft de Hoge Raad het beroep in cassatie behandeld tegen een beschikking van de rechtbank Amsterdam op een klaagschrift ex artikel 552a Sv. De klager stelde dat in strijd met artikel 25 lid 1 Wetboek Pro van Strafvordering geen proces-verbaal was opgemaakt van het onderzoek door de raadkamer op 13 augustus 2024.
De Hoge Raad bevestigde dat op grond van artikel 25 lid 1 Sv Pro een proces-verbaal moet worden opgemaakt door de griffier, waarin de zakelijke inhoud van de verklaringen en het verloop van het raadkameronderzoek zijn vastgelegd. Dit proces-verbaal ontbrak bij de stukken die aan de Hoge Raad waren gezonden.
Naar aanleiding van een verzoek van de raadsman is bij de rechtbank nadere informatie ingewonnen, waaruit bleek dat het proces-verbaal inderdaad niet was opgemaakt. Dit vormde een schending van de wettelijke voorschriften, waardoor de Hoge Raad de bestreden beschikking vernietigde en de zaak terugwees naar de rechtbank Amsterdam voor een nieuwe behandeling en beslissing.
De advocaat-generaal had geconcludeerd tot vernietiging en terugwijzing, hetgeen door de Hoge Raad werd gevolgd. Een bespreking van het tweede cassatiemiddel was niet nodig vanwege deze beslissing.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking wegens het ontbreken van het proces-verbaal van het raadkameronderzoek en wijst de zaak terug naar de rechtbank Amsterdam.