Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
3.Beoordeling van de cassatiemiddelen voor het overige
4.Beslissing
8 juli 2025.
Hoge Raad
De zaak betreft een strafzaak tegen een verdachte die samen met haar partner haar minderjarige zoon heeft mishandeld, wederrechtelijk van vrijheid heeft beroofd en hem in een hulpeloze toestand heeft achtergelaten. Het hof Arnhem-Leeuwarden heeft de bewezenverklaring gebaseerd op verklaringen van de minderjarige slachtoffers en andere bewijsmiddelen. De verdediging verzocht herhaaldelijk om het horen van de minderjarige kinderen als getuigen, maar het hof wees dit af op grond van artikel 288 lid 1 onder Pro b Sv, omdat het welzijn van de kinderen door verhoor ernstig zou worden geschaad.
De gedragsdeskundige rapporteerde in 2019 dat het verhoor van de kinderen ernstige psychische schade zou kunnen veroorzaken. Het hof achtte deze rapporten nog steeds actueel en vond het voorkomen van gevaar voor de gezondheid en het welzijn van de kinderen zwaarder wegen dan het belang van de verdediging. De verdediging stelde dat de rapporten verouderd zijn en dat het hof onvoldoende heeft onderzocht of de belemmeringen voor het horen van de kinderen nog actueel zijn of beperkt kunnen worden.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof zijn oordeel onvoldoende heeft gemotiveerd, mede vanwege het tijdsverloop van bijna vier jaar tussen de rapporten en de afwijzing van het verzoek, en het ontbreken van een nadere actualisering van de situatie van de kinderen. Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest en wijst de zaak terug naar het hof Arnhem-Leeuwarden voor een nieuwe behandeling, waarbij het hof opnieuw moet beoordelen of de kinderen als getuigen kunnen worden gehoord met inachtneming van het belang van de verdediging en de bescherming van de kinderen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof wegens onvoldoende motivering van de afwijzing van het verzoek tot het horen van minderjarige getuigen en wijst de zaak terug voor hernieuwde behandeling.