ECLI:NL:HR:2025:1077
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond in belastingzaak
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 9 juli 2024, waarin een verzoek tot herziening van een eerdere uitspraak van 27 juli 2017 werd behandeld. De Staatssecretaris van Financiën heeft verweer gevoerd tegen het cassatieberoep. De Hoge Raad heeft de klachten van belanghebbende beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. De Hoge Raad heeft geen nadere motivering gegeven omdat beantwoording van de vragen niet noodzakelijk was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad heeft tevens besloten geen proceskosten aan belanghebbende toe te kennen. Het arrest is gewezen door de raadsheer Feteris als voorzitter, samen met de raadsheren Van der Voort Maarschalk en Van Roij, en in het openbaar uitgesproken op 4 juli 2025. Hiermee blijft de uitspraak van het hof in stand en wordt het beroep in cassatie ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van het hof blijft in stand.