ECLI:NL:GHAMS:2017:3737
Gerechtshof Amsterdam
- Verwijzing na Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling waarde stamrechtaanspraak en navordering inkomstenbelasting 2007
Belanghebbende ontving in 1991 een ontslagvergoeding in de vorm van een stamrecht ondergebracht bij zijn BV. In 2007 werd het inkomen uit werk en woning door de inspecteur verhoogd met de waarde van de stamrechtaanspraak, omdat belanghebbende de aanspraak op verdere stamrechtuitkeringen had prijsgegeven.
Na eerdere procedures en een verwijzing door de Hoge Raad, oordeelt het Hof dat de inspecteur de waarde van de stamrechtaanspraak correct heeft vastgesteld volgens de wettelijke bepalingen. Het Hof stelt vast dat er geen bewijs is dat in eerdere jaren stamrechtuitkeringen zijn gedaan en dat belanghebbende bewust gebruik heeft gemaakt van fiscale faciliteiten.
Het Hof concludeert dat het afzien van verdere stamrechtuitkeringen in 2007 leidt tot het direct belasten van de waarde van de aanspraak. Ook is de opgelegde vergrijpboete passend wegens grove schuld. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.