ECLI:NL:HR:2025:1079
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet betaling griffierecht
Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van het Gerechtshof Den Haag. De griffier van de Hoge Raad stuurde belanghebbende op 2 april 2025 een aangetekende brief waarin werd gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht en een betalingstermijn van vier weken werd gesteld. Volgens Track&Trace is deze brief afgeleverd op het opgegeven adres.
Ondanks deze kennisgeving heeft belanghebbende het griffierecht niet voldaan. Vervolgens plaatste de griffier op 2 mei 2025 een bericht in het digitale dossier van belanghebbende, met de mogelijkheid om een verklaring te geven voor het niet betalen van het griffierecht. Ook hiervan werd belanghebbende via e-mail op de hoogte gesteld. Belanghebbende heeft geen gebruik gemaakt van deze gelegenheid.
Op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb verklaart de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. De Hoge Raad ziet geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen. Het arrest is op 4 juli 2025 in het openbaar gewezen door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad.
Uitkomst: Het beroep in cassatie is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet betaling van het griffierecht.