Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
8 juli 2025.
Hoge Raad
De Hoge Raad behandelde een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden inzake een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel uit hennepteelt. De betrokkene was niet verschenen tijdens het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep, waarna verstek werd verleend.
De kern van het geschil betrof de vraag of de vermelding van het adres van de betrokkene in de akte van het instellen van het hoger beroep moest worden aangemerkt als een adresopgave in de zin van art. 588a.1.c (oud) Sv, waardoor de oproeping voor het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep naar dat adres had moeten worden verzonden. De Hoge Raad oordeelde dat het hof had moeten onderzoeken of de oproeping rechtsgeldig was betekend en of er reden was het onderzoek te schorsen om betrokkene alsnog in de gelegenheid te stellen aanwezig te zijn.
Omdat uit de stukken niet bleek dat de oproeping aan het adres in de akte was verzonden, en er geen aanwijzingen waren dat verzending achterwege kon blijven, leidde dit verzuim tot nietigheid van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep en de daarop gebaseerde uitspraak. De Hoge Raad vernietigde het arrest en verwees de zaak terug naar het hof voor een nieuwe berechting.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens nietigheid van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.