Conclusie
1.Inleiding
2.Waar het in cassatie om gaat
3.Het middel
Ontvankelijkheid van het hoger beroep
Parket bij de Hoge Raad
De betrokkene stelde op 28 april 2014 hoger beroep in en gaf daarbij een adres op in de akte van hoger beroep. Nadien was hij in de Basisregistratie Personen (BRP) op een ander adres ingeschreven. Het hof probeerde de oproeping te betekenen op het BRP-adres, maar stuurde geen afschrift naar het in de akte opgegeven adres. Het hof verleende verstek en verklaarde betrokkene niet-ontvankelijk op grond van artikel 416 lid 2 Sv Pro.
De advocaat-generaal klaagt dat het hof ten onrechte geen afschrift van de oproeping heeft gezonden naar het in de akte opgegeven adres, terwijl betrokkene had verklaard geen ander adres te hebben. Dit is in strijd met artikel 588a lid 1 aanhef en onder c Sv (oud). Hierdoor had het hof moeten onderzoeken of het onderzoek moest worden geschorst om betrokkene alsnog in de gelegenheid te stellen aanwezig te zijn.
De Hoge Raad concludeert dat het verzuim leidt tot nietigheid van het onderzoek en de uitspraak. Daarom wordt het arrest vernietigd en de zaak terugverwezen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden voor een nieuwe berechting en afdoening.
Ambtshalve zijn geen andere gronden voor vernietiging gevonden. De conclusie is tot vernietiging en terugwijzing van de zaak.
Uitkomst: Het arrest wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor nieuwe berechting.