ECLI:NL:PHR:2026:418
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Nietigverklaring betekening dagvaarding hoger beroep wegens onjuiste uitreiking
De verdachte werd bij arrest van 31 maart 2016 door het gerechtshof Den Haag niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep wegens het niet verschijnen ter terechtzitting. Het cassatieberoep werd tijdig ingesteld na uitreiking van de mededeling van het arrest op Schiphol in september 2024.
Het middel klaagt dat het hof niet heeft onderzocht of de dagvaarding in hoger beroep rechtsgeldig is betekend, terwijl uit de stukken blijkt dat de dagvaarding niet aan het in de appelakte vermelde Nederlandse adres van de verdachte is uitgereikt. De dagvaarding werd slechts aan de griffier en aan een Belgisch adres van de verdachte toegezonden.
De conclusie van de AG is dat het Nederlandse adres in de appelakte als een betekingsadres moet worden beschouwd, omdat het redelijkerwijs als woon- of verblijfplaats van de verdachte kan gelden. Het hof had de dagvaarding aan dit adres moeten aanbieden alvorens uitreiking aan de griffier en toezending aan het buitenlandse adres. Het ontbreken van uitreiking aan dit adres leidt tot nietigheid van de dagvaarding en daarmee tot nietigheid van het onderzoek ter terechtzitting en het arrest.
De conclusie strekt tot vernietiging van het arrest en nietigverklaring van de betekening van de dagvaarding in hoger beroep.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en verklaart de betekening van de dagvaarding in hoger beroep nietig wegens onjuiste uitreiking.