Uitspraak
1.Procesverloop
2.Uitgangspunten en feiten
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
24 januari 2025.
Hoge Raad
De zaak betreft een geschil tussen aandeelhouders en bestuurders van Steenfabriek en haar holdingstructuur, waarbij verzoeksters wanbeleid stelden vanwege onwil tot overleg over governance en de aanwezigheid van dubbelfuncties die de checks & balances zouden ondermijnen.
De ondernemingskamer had een onderzoek bevolen en een onderzoeksverslag ontvangen. Vervolgens wees zij het verzoek tot vaststelling van wanbeleid af, met name omdat geen onwil tot overleg werd vastgesteld en het niet spreken over een wijziging die neerkomt op decertificering niet als wanbeleid werd gezien.
De Hoge Raad oordeelde echter dat de ondernemingskamer onvoldoende had gereageerd op het betoog dat de governance tekortschiet door de personele invulling met dubbelfuncties, waardoor onvoldoende waarborgen bestaan voor de belangen van certificaathouders.
Daarom vernietigde de Hoge Raad de beschikking en verwees de zaak terug naar de ondernemingskamer voor verdere behandeling en beslissing. Tevens werden de verweerders veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking van de ondernemingskamer en verwijst de zaak terug voor verdere behandeling vanwege onvoldoende beantwoording van het betoog over gebrekkige governance door dubbelfuncties.