Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2025:1160

Hoge Raad

Datum uitspraak
18 juli 2025
Publicatiedatum
17 juli 2025
Zaaknummer
24/03747
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 236 RvWet op de rechterlijke organisatie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatieberoep inzake gezag van gewijsde en andere grondslag vordering

In deze zaak heeft eiseres cassatie ingesteld tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 9 juli 2024, waarin een geschil met de Vereniging van Eigenaren speelde. De procedure omvatte eerdere vonnissen van de rechtbank Zeeland-West-Brabant uit 2020, 2021 en 2022.

De Hoge Raad heeft de klachten van eiseres beoordeeld maar geoordeeld dat deze niet tot vernietiging van het hofarrest kunnen leiden. De Hoge Raad ziet geen noodzaak tot motivering omdat de klachten niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.

Het cassatieberoep wordt verworpen, en eiseres wordt veroordeeld in de kosten van het geding, die nihil zijn vastgesteld. De uitspraak werd gedaan door de vicepresident en raadsheren van de civiele kamer op 18 juli 2025.

De zaak betreft onder meer de toepassing van het gezag van gewijsde (art. 236 Rv Pro) en de beoordeling van een vordering die is gebaseerd op een andere grondslag dan in eerdere instanties.

De VvE is in cassatie niet verschenen, en de Advocaat-Generaal heeft geadviseerd het beroep te verwerpen.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en eiseres wordt veroordeeld in de kosten.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer24/03747
Datum18 juli 2025
ARREST
In de zaak van
[eiseres],
wonende te [plaats],
EISERES tot cassatie,
hierna: [eiseres],
advocaat: J.P. van den Berg,
tegen
[Vereniging van Eigenaren],
gevestigd te [plaats],
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: de VvE,
niet verschenen.

1.Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak 8773715 CV EXPL 20-3347 van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 2 december 2020, 15 december 2021 en 6 juli 2022;
b. het arrest in de zaak 200.325.962/01 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 9 juli 2024.
[eiseres] heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
Tegen de VvE is verstek verleend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal F. Ibili strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiseres] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de VvE begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op
18 juli 2025.