Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de cassatiemiddelen
3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
4.Beslissing
9 september 2025.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch waarin verdachte werd veroordeeld voor bedreiging van zijn moeder, zoals bedoeld in artikel 285 lid 1 van Pro het Wetboek van Strafrecht.
De klachten in cassatie richtten zich op de gerichtheid van de bedreigende uitingen tegen de moeder van verdachte en het opzet van verdachte. Daarnaast werd aangevochten dat het opleggen van een gebieds- en contactverbod als vrijheidsbeperkende maatregel conform artikel 38v Sr en de duur van de vervangende hechtenis volgens artikel 38w lid 3 Sr correct waren toegepast.
De Hoge Raad heeft de klachten beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. Omdat het cassatieberoep meer dan twee jaar in behandeling was, is de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM Pro overschreden. Gezien de opgelegde gevangenisstraf van dertig dagen acht de Hoge Raad dit voldoende om het overschrijden van de termijn vast te stellen zonder verdere rechtsgevolgen.
De Hoge Raad verwerpt het beroep en bevestigt daarmee het arrest van het gerechtshof.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het hofarrest inzake bedreiging van de moeder en vrijheidsbeperkende maatregelen blijft in stand.