Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
3.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
4.Beslissing
9 september 2025.
Hoge Raad
De Hoge Raad behandelde het cassatieberoep tegen een uitspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden inzake ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel uit de teelt en verkoop van hennep. Betrokkene voerde aan dat de kosten voor de aanleg van een illegale stroomvoorziening in mindering moesten worden gebracht op het voordeel. Het hof had deze kosten niet erkend als aftrekpost, omdat het deze kosten zag als ter voorkoming van ontdekking en niet direct gerelateerd aan het delict.
De Hoge Raad herhaalde dat alleen kosten die in directe relatie staan tot het delict voor aftrek in aanmerking komen en dat de rechter bij gemotiveerd verweer moet motiveren waarom kosten niet worden afgetrokken. Het hof had onvoldoende gemotiveerd waarom de aanleg van de stroomvoorziening niet deels direct gerelateerd zou zijn aan de hennepteelt. Dit was een begrijpelijke kritiek, maar de Hoge Raad oordeelde dat dit niet tot cassatie leidt omdat betrokkene geen inzicht gaf in de gespecificeerde investeringen van € 40.000, waardoor het hof terecht normbedragen hanteerde.
Daarnaast oordeelde de Hoge Raad dat de redelijke termijn was overschreden, wat een vermindering van de betalingsverplichting rechtvaardigt. De betalingsverplichting werd daarom verminderd met € 5.000 tot € 55.190,54. Het beroep werd verder verworpen en het arrest werd uitgesproken door de vice-president en raadsheren van de Strafkamer.
Uitkomst: Betalingsverplichting ontneming verminderd tot € 55.190,54 wegens termijnoverschrijding; beroep voor het overige verworpen.