ECLI:NL:HR:2025:1251
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt vergoeding taxatiekosten in bestuursrechtelijke procedure over WOZ-waarde
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de WOZ-waarde van zijn woning voor het jaar 2020, die was vastgesteld op €478.000. Hij stelde dat de waarde lager moest zijn en overhandigde een taxatierapport, waarvan de factuur aan zijn gemachtigde was gericht. De heffingsambtenaar handhaafde de waarde, waarna belanghebbende in beroep ging bij de rechtbank en het hof.
Het hof stelde de waarde vast op €440.000 en kende belanghebbende vergoeding toe voor proceskosten, maar weigerde vergoeding van de taxatiekosten omdat de factuur aan de gemachtigde was gericht en niet was gebleken dat de kosten op belanghebbende drukten.
De Hoge Raad oordeelt dat dit oordeel onbegrijpelijk is gemotiveerd. Volgens de Hoge Raad moet worden aangenomen dat kosten verbonden zijn aan het taxatierapport, tenzij het bestuursorgaan het tegendeel stelt en aannemelijk maakt. Het feit dat de factuur aan de gemachtigde is gericht, is onvoldoende om vergoeding te weigeren.
De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep gegrond, vernietigt het hofarrest voor zover het de vergoeding van taxatiekosten betreft en stelt de vergoeding vast op €128,26. Tevens veroordeelt de Hoge Raad het dagelijks bestuur van de Belastingsamenwerking Oost-Brabant tot vergoeding van griffierecht en proceskosten voor belanghebbende.
Uitkomst: De Hoge Raad kent vergoeding toe voor de kosten van het taxatierapport en veroordeelt het dagelijks bestuur tot betaling van deze kosten, griffierecht en proceskosten.