ECLI:NL:HR:2025:1256
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake onroerendezaakbelastingen 2020
Belanghebbende heeft bij de Hoge Raad beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof Den Haag, waarin het hof het hoger beroep van belanghebbende tegen uitspraken van de Rechtbank Rotterdam inzake beschikkingen op grond van de Wet waardering onroerende zaken en aanslagen onroerendezaakbelastingen, afvalstoffenheffing en rioolheffing voor het jaar 2020 heeft behandeld.
De Hoge Raad heeft de ingebrachte klachten van belanghebbende beoordeeld, maar geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. De Hoge Raad heeft besloten geen motivering te geven, omdat beantwoording van de vragen niet noodzakelijk is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
Verder heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen. Het arrest is uitgesproken door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad in aanwezigheid van de waarnemend griffier op 12 september 2025.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard, het hofarrest blijft in stand.