ECLI:NL:HR:2025:1211
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt geen samenstel van eigendommen bij gescheiden glastuinbouwlocaties
Belanghebbende exploiteert een kwekerij met twee glastuinbouwlocaties die meer dan twee kilometer van elkaar verwijderd zijn. Beide locaties zijn afzonderlijk uitgerust en operationeel, met eigen kassen, koelcellen en faciliteiten. De gemeente Westland stelde voor elke locatie afzonderlijk de WOZ-waarde vast en legde aanslagen op.
Het geschil betrof de vraag of deze twee onroerende zaken als een samenstel van eigendommen konden worden aangemerkt volgens artikel 16 Wet Pro WOZ. Het Hof Den Haag oordeelde dat de locaties niet bij elkaar horen vanwege de afstand, het ontbreken van directe verbindingen en het feit dat zij afzonderlijk gebruikt en verkocht kunnen worden. Organisatorische samenhang werd onvoldoende geacht.
In cassatie stelde belanghebbende dat het Hof onvoldoende gewicht had toegekend aan de organisatorische verwevenheid en het gezamenlijke productieproces. De Hoge Raad oordeelde echter dat het Hof terecht alle omstandigheden in onderlinge samenhang had beoordeeld en dat het oordeel slechts beperkt toetsbaar is in cassatie.
De Hoge Raad bevestigde dat het criterium van dienstbaarheid en organisatorisch doel niet doorslaggevend is zonder geografische samenhang. Het beroep in cassatie werd ongegrond verklaard en de uitspraak van het Hof gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en het oordeel dat geen samenstel van eigendommen bestaat, wordt bevestigd.