ECLI:NL:HR:2025:1277

Hoge Raad

Datum uitspraak
12 september 2025
Publicatiedatum
12 september 2025
Zaaknummer
25/00005
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Artikel 80a RO-zaken
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 80a Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
1 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk in zaak over WOZ-beschikkingen en OZB-aanslagen

Belanghebbende heeft tegen uitspraken van de Rechtbank Midden-Nederland hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden inzake beschikkingen op grond van de Wet waardering onroerende zaken (WOZ) en aanslagen onroerendezaakbelastingen (OZB) voor de jaren 2021 en 2022. Het hof heeft deze beroepen behandeld en uitspraak gedaan.

Vervolgens heeft belanghebbende beroep in cassatie ingesteld bij de Hoge Raad. Deze heeft de klachten tegen het arrest van het hof beoordeeld en daarbij het advies van de procureur-generaal betrokken. De Hoge Raad is tot het oordeel gekomen dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen.

Op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie heeft de Hoge Raad het beroep in cassatie zonder verdere motivering niet-ontvankelijk verklaard. Er is geen veroordeling in proceskosten opgelegd. De uitspraak is gedaan door de vice-president en twee raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 12 september 2025.

Uitkomst: Het cassatieberoep is niet-ontvankelijk verklaard met toepassing van artikel 80a RO.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer25/00005
Datum12 september 2025
ARREST
in de zaak van
[X] (hierna: belanghebbende),
vertegenwoordigd door R. van der Weide,
tegen
het DAGELIJKS BESTUUR VAN DE BELASTINGSAMENWERKING GEMEENTEN EN
HOOGHEEMRAADSCHAP UTRECHT
op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 19 november 2024, nrs. BK-ARN 23/2668 en 23/2669 [1] , op de hoger beroepen van belanghebbende tegen uitspraken van de Rechtbank Midden-Nederland (nrs. UTR 22/4512 en UTR 23/268) betreffende ten aanzien van belanghebbende gegeven beschikkingen op grond van de Wet waardering onroerende zaken en aanslagen in de onroerendezaakbelastingen voor de jaren 2021 en 2022.

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het Hof beoordeeld. De procureur-generaal bij de Hoge Raad heeft de gelegenheid gekregen een advies uit te brengen.
De Hoge Raad is tot het oordeel gekomen dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen. Hij zal daarom gebruikmaken van de mogelijkheid om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren (zie artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie).

2.Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.R. van Eijsden als voorzitter, en de raadsheren M.T. Boerlage en A.E.H. van der Voort Maarschalk, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier J.P.J. van Kampen, en in het openbaar uitgesproken op 12 september 2025.