ECLI:NL:HR:2025:1282
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake omzetbelasting over 2018
Belanghebbende had beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof Den Haag, waarin het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag werd behandeld. De zaak betrof door belanghebbende op aangifte voldane bedragen aan omzetbelasting over de periode van 1 april 2018 tot en met 31 december 2018.
De Hoge Raad heeft de klachten van belanghebbende beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van de uitspraak van het Hof. Er was geen noodzaak om de motivering van dit oordeel te geven, omdat de klachten niet van belang waren voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad zag geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen en verklaarde het beroep in cassatie ongegrond. Het arrest werd uitgesproken op 12 september 2025 door de vice-president M.E. van Hilten als voorzitter en de raadsheren E.N. Punt en M.A. Fierstra.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard.