ECLI:NL:HR:2025:1337
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet betaling griffierecht
Belanghebbende, vertegenwoordigd door A.F.M.J. Verhoeven, stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van het Gerechtshof Den Haag. De griffier van de Hoge Raad wees belanghebbende bij aangetekende brief op 7 mei 2025 op de verplichting tot betaling van griffierecht en stelde een termijn van vier weken voor betaling.
De brief werd volgens Track&Trace afgehaald, maar het griffierecht werd niet betaald. Op 6 juni 2025 plaatste de griffier een bericht in het digitale dossier van belanghebbende waarin deze werd uitgenodigd om te reageren op de niet-betaling. Tevens werd een kennisgeving van dit bericht verzonden naar het opgegeven e-mailadres van belanghebbende.
Belanghebbende maakte geen gebruik van deze gelegenheid. Op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb moest het beroep in cassatie daarom niet-ontvankelijk worden verklaard. De Hoge Raad zag geen aanleiding om belanghebbende in de proceskosten te veroordelen en sprak het arrest uit op 19 september 2025.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet betaling van het griffierecht.