Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Uitspraak van 27 februari 2025
[X] B.V. te [Z] , belanghebbende,
de inspecteur van de Belastingdienst, de Inspecteur,
Procesverloop
Feiten
Oordeel van de Rechtbank
Geschil in hoger beroep en incidenteel hoger beroep en conclusies van partijen
- tot vernietiging van de uitspraak van de Rechtbank;
- tot vernietiging van de uitspraak op bezwaar;
- primair tot vernietiging van de naheffingsaanslag en subsidiair tot vermindering van de naheffingsaanslag.
Beoordeling van het hoger beroep en het incidentele hoger beroep
- het belang is nihil en belanghebbende heeft in de procedure bij de Rechtbank en het Hof geen (concrete) argumenten aangebracht die mogelijk tot gevolg hebben dat de naheffingsaanslag onjuist is;
- de standpunten van de gemachtigde zijn manifest onjuist en evident kansloos;
- het telkens en opnieuw aanbrengen van dezelfde standpunten door de gemachtigde wekken de indruk dat het niet gaat om de bpm, maar eerder om de onvrede van de gemachtigde met de uitlegging van het Unierecht door nationale rechters en het lijkt er op dat de gemachtigde de vergoeding van immateriële schade en proceskostenvergoedingen beschouwt als financiële genoegdoening voor zijn onvrede hierover.
Proceskosten en griffierecht
Beslissing
- verklaart het incidenteel hoger beroep ongegrond;
- vernietigt de uitspraak van de Rechtbank, behoudens de beslissing omtrent de vergoeding van immateriële schade en de bepaling van de termijn voor wettelijke rente daarover;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar;
- vermindert de naheffingsaanslag tot € 2.183;
- veroordeelt de Inspecteur in de proceskosten aan de zijde van belanghebbende in bezwaar, beroep en (incidenteel) hoger beroep tot een bedrag van € 5.829;
- gelast de Inspecteur de griffierechten van € 913 te vergoeden, en
- bepaalt dat de termijn voor de vergoeding van wettelijke rente ten aanzien van de proceskosten en het griffierecht gaat lopen vanaf vier weken na de datum van deze uitspraak.