ECLI:NL:HR:2025:1341
Hoge Raad
- Artikel 80a RO-zaken
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart cassatieberoep niet-ontvankelijk in belastingzaak
In deze zaak heeft belanghebbende, een B.V., beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 9 juli 2024, welke uitspraak betrekking had op hoger beroepen tegen uitspraken van de Rechtbank Noord-Holland van september en oktober 2023.
De Hoge Raad heeft het cassatieberoep inhoudelijk beoordeeld en geoordeeld dat het beroep duidelijk niet kan slagen. Op grond hiervan heeft de Hoge Raad gebruikgemaakt van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk verklaard.
De procureur-generaal bij de Hoge Raad heeft een advies uitgebracht, waarna het arrest is gewezen door de vice-president van Hilten als voorzitter en de raadsheren Punt en Fierstra. De Hoge Raad heeft geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen.
Het arrest is op 19 september 2025 in het openbaar uitgesproken en betreft een belangrijke uitspraak in het bestuursrechtelijke belastingrecht, waarbij de Hoge Raad de ontvankelijkheid van het cassatieberoep strikt toetst.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep niet-ontvankelijk met toepassing van artikel 80a RO.