Conclusie
Nummer22/03420
Het middel
‘9. De vorderingen tot tenuitvoerlegging
Onderzoek van de zaak
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
3 (drie) maanden.’
Vonnis waarvan beroep
Parket bij de Hoge Raad
De verdachte is door het hof ’s-Hertogenbosch bij arrest van 14 september 2022 veroordeeld tot meerdere gevangenisstraffen wegens diverse diefstallen en opzetheling. Het hof bevestigde het vonnis van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, met verbeterde motivering, en besloot tot tenuitvoerlegging van vier van de vijf voorwaardelijke straffen. Eén straf werd gedeeltelijk ten uitvoer gelegd met verlenging van de proeftijd en bijzondere voorwaarden vanwege verslavings- en psychische problematiek van de verdachte.
De verdediging voerde verweer tegen de tenuitvoerlegging en verzocht om verlenging van de proeftijden, maar het hof wees dit af omdat alle proeftijden inmiddels waren verstreken. De Hoge Raad behandelt het cassatieberoep tegen dit arrest, waarbij één middel is voorgesteld dat klaagt over de motivering van het hof met betrekking tot de toewijzing van de vorderingen tot tenuitvoerlegging.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof terecht heeft geoordeeld dat de verdachte zich tijdens de proeftijd aan nieuwe strafbare feiten heeft schuldig gemaakt, waardoor de algemene voorwaarde van de voorwaardelijke straffen is overtreden. De motivering van het hof is voldoende, ook al is het verzoek van de verdediging niet nader met stukken onderbouwd. Het cassatiemiddel faalt, en het arrest wordt bevestigd, met uitzondering van een strafvermindering vanwege de lange duur van het cassatieproces.
Uitkomst: Tenuitvoerlegging van meerdere voorwaardelijke gevangenisstraffen bevestigd ondanks verweer en verzoek tot verlenging proeftijd.