ECLI:NL:HR:2025:1535
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie tegen uitspraak Centrale Raad van Beroep niet-ontvankelijk
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep, die op haar beurt het hoger beroep behandelde tegen een uitspraak van de Rechtbank Gelderland over een besluit van het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV) op grond van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen.
De Hoge Raad beoordeelt de ontvankelijkheid van het cassatieberoep aan de hand van artikel 78, lid 4, van de Wet op de rechterlijke organisatie. Deze bepaling beperkt de kennisname van cassatieberoepen tot gevallen die bij wet zijn aangewezen. Omdat er geen wettelijke grondslag bestaat voor cassatie tegen uitspraken van de Centrale Raad van Beroep in zaken betreffende besluiten op grond van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, verklaart de Hoge Raad het beroep niet-ontvankelijk.
De Hoge Raad ziet geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen en spreekt het arrest uit in aanwezigheid van de vice-president en raadsheren. Hiermee is het cassatieberoep definitief afgewezen wegens ontvankelijkheidsgebrek.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van wettelijke grondslag.