Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste tot en met het negende cassatiemiddel
3.Beoordeling van het tiende cassatiemiddel
4.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
5.Beslissing
14 oktober 2025.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin verdachte werd veroordeeld voor medeplegen van oplichting en valsheid in geschrift. De rechtbank had een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 12 maanden opgelegd, het hof legde een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van een jaar en een taakstraf van 240 uren op.
De verdediging klaagde over de overschrijding van de redelijke termijn, aangezien de zaak meer dan tien jaar in beslag nam. Het hof erkende de overschrijding over de gehele procedure maar beoordeelde het tijdsverloop in eerste aanleg en hoger beroep niet afzonderlijk, wat de Hoge Raad als beoordelingskader miskend achtte. Desondanks vond de Hoge Raad dat het door het hof verbonden rechtsgevolg passend was.
De Hoge Raad stelde echter ambtshalve vast dat ook de cassatieprocedure de redelijke termijn overschreed, wat een verdere vermindering van de taakstraf rechtvaardigt. Daarom vernietigde de Hoge Raad het hofarrest uitsluitend voor het aantal taakstraffen en vervangende hechtenis en mat deze naar beneden bij. Het beroep werd voor het overige verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad vermindert de taakstraf wegens overschrijding van de redelijke termijn en bevestigt de overige strafoplegging.