Conclusie
Inleiding
1 en 2. “medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder Pro A van de Opiumwet gegeven verbod, meer malen gepleegd”;
6. “opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder Pro C van de Opiumwet gegeven verbod”; en
veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van veertien jaren en acht maanden, met aftrek overeenkomstig art. 27 Sr Pro. [1] Het hof heeft daarnaast beslissingen genomen over de inbeslaggenomen goederen, een en ander zoals vermeld in de bestreden uitspraak.
Het eerste middel
Bastiaansplein,
Barcelona,
Peripheryen
Alimentatie): ik verzoek u om ten aanzien van dit feit conform vonnis te beslissen. Met betrekking tot de appartementen in Tsjechië (zaaksdossiers Periphery) -ten aanzien waarvan het openbaar-ministerie eerder al aankondigde ondanks de partiële vrijspraak wederom een veroordeling te zullen vorderen- meen ik dat de opstelling van de tenlastelegging en het feit dat het OM niet in appèl is, tot de conclusie leidt dat sprake is van een beschermde vrijspraak en dat [verdachte] in zoverre niet-ontvankelijk zou moeten worden verklaard in zijn appèl.”
- te [plaats] en/of te [plaats] , in elk geval in Nederland,
tezamen en in vereniging met (een) ander(en),
- geldbedragen van in totaal EUR 60.000,00, geheel of ten dele aangewend voor de betaling van partneralimentatie;
1.vul geboortedatum in).
Het proces-verbaal van politie nummer LERCB18003-0127 van 29 november 2018 (pagina 4(vul geboortedatum in) e.v. van de doorgenummerde bijlagen van zaaksdossier Alimentatie), inhoudende als relaas van de verbalisant:
2.vul geboortedatum in).
Het proces-verbaal van politie nummer LERCB18004-0179 van 3 februari 2020(vul geboortedatum in) (pagina 6(vul geboortedatum in) e.v. van de doorgenummerde bijlagen van zaaksdossier Alimentatie, inhoudende als relaas van de verbalisant:
[emailadres 27]. In de header van het bericht staat de datum 27 januari 2016 vermeld.
[emailadres 5](gebruiker vermoedelijk [verdachte] )
[emailadres 27]
[emailadres 26], naast het voormelde bericht in verband met de verkoop van het appartement aan de Pegasusweg, de volgende berichten verstuurd naar [verdachte] waarbij in de header respectievelijk de data 4 januari 2016, 10 januari 2016 en 10 februari 2016 weergegeven.
3.vul geboortedatum in).
Het proces-verbaal van politie nummer LERCB18003-0119 van 27 november 2018(vul geboortedatum in) (pagina 38 e.v. (vul geboortedatum in) van de doorgenummerde bijlagen (vul geboortedatum in)van zaaksdossier Alimentatie(vul geboortedatum in)), inhoudende als relaas van de verbalisant:
4.vul geboortedatum in).
Het proces-verbaal van politie nummer LERCB18003-0613 van 24 mei 2019(vul geboortedatum in) (pagina 40 en 41(vul geboortedatum in) van de doorgenummerde bijlagen (vul geboortedatum in)van zaaksdossier Alimentatie(vul geboortedatum in)), inhoudende als relaas van de verbalisant:
5.vul geboortedatum in).
Het proces-verbaal van politie nummer LERCB18006-2099 van 15 april 2020(vul geboortedatum in) (pagina 42 e.v.(vul geboortedatum in) van de doorgenummerde bijlagen (vul geboortedatum in)van zaaksdossier Alimentatie(vul geboortedatum in)), inhoudende als relaas van de verbalisant:
6.vul geboortedatum in).
Het proces-verbaal van politie nummer LERCB18004-1370 van 21 december 2020(vul geboortedatum in) (pagina 45 en 46(vul geboortedatum in) van de doorgenummerde bijlagen (vul geboortedatum in)van zaaksdossier Alimentatie(vul geboortedatum in)), inhoudende als relaas van de verbalisant:
7.vul geboortedatum in).
Het proces-verbaal van politie nummer LERCB18006-2369 van 14 december 2020(vul geboortedatum in) (pagina 47(vul geboortedatum in) e.v. van de doorgenummerde bijlagen (vul geboortedatum in)van zaaksdossier Alimentatie(vul geboortedatum in)), inhoudende als relaas van de verbalisant:
8.vul geboortedatum in).
Het proces-verbaal van politie nummer LERCB18006-2370 van 14 december 2020(vul geboortedatum in) (pagina 61 e.v.(vul geboortedatum in) van de doorgenummerde bijlagen (vul geboortedatum in)van zaaksdossier Alimentatie(vul geboortedatum in)), inhoudende als relaas van de verbalisant:
9.vul geboortedatum in).
Het proces-verbaal van politie nummer LERCB18006-2160 van 6 november 2020(vul geboortedatum in) (pagina 80 e.v.(vul geboortedatum in) van de doorgenummerde bijlagen (vul geboortedatum in)van zaaksdossier Alimentatie(vul geboortedatum in)), inhoudende als relaas van de verbalisant:
[betrokkene 9]gebruik maakte van de PGP server “encrochat” met onder andere de accountnamen [accountnaam 47] en [accountnaam 48] , zoals gerelateerd in proces-verbaal LERCBI 8006-2151.
[accountnaam 22]”. Tevens
“ [bijnaam verdachte 1] ” en “ [bijnaam verdachte 2] ”.
10.vul geboortedatum in).
Het proces-verbaal van politie nummer LERCB18004-0457 van 25 juni 2020(vul geboortedatum in) (pagina 101 e.v.(vul geboortedatum in) van de doorgenummerde bijlagen (vul geboortedatum in)van zaaksdossier Alimentatie(vul geboortedatum in)), inhoudende als relaas van de verbalisant:
gewoontemaken.
(i) [oom verdachte] , de oom van de verdachte, heeft via een particuliere betaalrekening vanaf een onbekende datum in (vermoedelijk het najaar van) 2016 tot en met april 2020 maandelijks een bedrag van € 1000,00 en een bedrag van € 1500,00 overgemaakt op de bankrekening van [ex-partner verdachte] . Het saldo op zijn betaalrekening voor aanvang van deze betalingen bedroeg € 0,00.
(ii) [ex-partner verdachte] is de voormalige partner van de verdachte. Samen hebben zij een zoon, [zoon verdachte] .
(iii) Uit de omschrijvingen bij de maandelijks overgemaakte bedragen van € 1000,00 en € 1500,00 naar de bankrekening van [ex-partner verdachte] blijkt dat deze bedragen alimentatiebetalingen betreffen ten behoeve van een kind en een partner.
(iv) In de onder (i) genoemde periode worden geldbedragen bijgeschreven op de rekening van [oom verdachte] vanaf verschillende bankrekeningen, onder meer afkomstig van (onbekende) buitenlandse rechtspersonen. Een deel van de overschrijvingen is voldaan vanaf een bankrekening op naam van [A] , dat in de databases Worldbox Hong Kong en Worldbase geregistreerd staat als een groothandel in consumptiegoederen en gevestigd is in Hong Kong. Een ander deel van de overschrijvingen is afkomstig van een bankrekening op naam van [D] , een bedrijf dat in voornoemde databases geregistreerd staat als actief in de handel in horloges, juwelen en waardevolle stenen en dat eveneens kantoor houdt in Hong Kong.
(vii) Verder hebben diverse overschrijvingen plaatsgevonden naar de betaalrekening van [oom verdachte] vanaf de bankrekening van [betrokkene 4] . Deze [betrokkene 4] heeft bij de politie verklaard dat hij de vier bedragen (van in totaal € 17.990,00) als alimentatie heeft overgemaakt naar [oom verdachte] . Deze overschrijvingen deed hij op verzoek van een kennis, zijnde [betrokkene 11] , aan wie hij nog geld verschuldigd was.
(viii) Door de verdachte en [oom verdachte] is een op 3 oktober 2016 opgemaakt document ondertekend, waarin wordt afgesproken dat [oom verdachte] maandelijks omstreeks de 20e van de maand vanaf een geblokkeerde bankrekening € 2500,00 euro zal overmaken op de bankrekening van [ex-partner verdachte] , bestaande uit € 1500,00 alimentatie voor de ex-partner van de verdachte en € 1000,00 alimentatie voor zijn zoon. De verdachte zal hiertoe vaste voorschotten (een lumpsum) storten op een geblokkeerde bankrekening van een familielid. Deze gang van zaken is door [oom verdachte] bevestigd in een verhoor bij de politie. In dat verhoor verklaart [oom verdachte] eveneens dat was afgesproken dat de verdachte het geld vanuit het buitenland zou overmaken.
(ix) In een door [betrokkene 9] naar zichzelf doorgezonden lijst (door de verbalisant aangemerkt als een soort kasboek met inkomsten en uitgaven) is een bedrag van €25.000,00 vermeld met de tekst ‘restaurant allumutatie’, waarmee blijkens het proces-verbaal vermoedelijk alimentatie wordt bedoeld. Binnen het onderzoek van de politie is gebleken dat [betrokkene 9] “dingen regelde” voor de verdachte, waaronder de huur van voertuigen, woningen waar verbleven kon worden en overige zaken. [3]
gewoonteheeft gemaakt, vindt voldoende steun in de bewijsmiddelen, gelet op de uit die bewijsmiddelen blijkende duur van de periode waarover bedragen zijn gestort op de rekening van [oom verdachte] en vanaf die rekening zijn overgeschreven naar [ex-partner verdachte] , en het structurele karakter van deze af- en bijschrijvingen. [5]
Het tweede middel
Inleiding
pretty good privacy-diensten, zoals PGPSafe.
belangvan het in het onderhavige geval geschonden voorschrift is gelegen in de bescherming van privacygevoelige gegevens (zoals e-mails) door voorafgaand rechterlijk toezicht op de verkrijging en het gebruik daarvan. Dergelijke gegevens verdienen bescherming, gelet op het in (onder meer) artikel 8 EVRM Pro neergelegde fundamentele recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer. Het gaat derhalve om een belangrijk voorschrift.
ernst van het verzuim) dat naar het oordeel van het hof niet aannemelijk is geworden dat sprake is van een (doel)bewuste schending van het onderhavige voorschrift. Daarnaast geldt dat er geen feiten en omstandigheden zijn gesteld of gebleken die erop wijzen dat de rechter-commissaris in 26Sassenheim geen machtiging zou hebben verleend indien deze was gevraagd. Derhalve is niet aannemelijk dat het vormverzuim tot gevolgen heeft geleid die er niet waren geweest indien het voorschrift in artikel 125la Sv in acht was genomen.
nadeelis naar het oordeel van het hof evenwel zeer beperkt, indien al aanwezig, gelet op de zeer summiere informatie die het PGPSafe-berichtenverkeer over het privé-leven van de verdachte heeft prijsgegeven. Er is derhalve in niet meer dan geringe mate inbreuk gemaakt op het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer. Het hof merkt ten slotte op dat de verdachte door het vormverzuim niet in zijn verdedigingsbelangen is geschaad; daarbij betrekt het hof dat het belang van de verdachte dat een gepleegd strafbaar feit niet wordt ontdekt, niet als een rechtens te respecteren belang kan worden aangemerkt.
1.Het proces-verbaal van politie nummer LERCB18004-0096 van 24 januari 2020 (pagina 2616 e.v. van de doorgenummerde bijlagen van zaaksdossier Broer), inhoudende als relaas van de verbalisant:
[emailadres 16]en
[emailadres 15], in diverse uitgewisselde PGP berichten, waaronder met de gebruiker van het emailadres
[emailadres 4], aangeduid als
“ [accountnaam 22] ”, vermoedelijk spreekt over een verdovende middelen transport via de Rotterdamse haven, wat uiteindelijk op 30 mei 2016 lijkt te mislukken omdat de desbetreffende container naar de douanescan moet. Tevens is in het onderzoek “Dobricic” duidelijk geworden dat diezelfde [medeverdachte 8] , verdacht van het binnenhalen van grote partijen verdovende middelen (cocaïne), daartoe contacten onderhoudt met [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1971, aangeduid als
“ [accountnaam 22] ”en/of
(...)
[d-straat 1]te [plaats] , waarna zij vanaf 18 oktober 2018 stond ingeschreven op de [a-straat 1] te [plaats] .
“ [betrokkene 1] ”genoemd te worden, door onder andere de vader van [verdachte] .
[ex-partner verdachte], geboren [geboortedatum] 1973, is geboren in
[plaats] (Thailand).
“ [betrokkene 1] ”[ex-partner verdachte] wordt bedoeld. (...)
(...)
• het
[b-straat 2] appartementeen financieel blok aan het been is van iemand genaamd “ [betrokkene 1] ”;
• [verdachte] een zoon, [zoon verdachte] heeft. De moeder van [zoon verdachte] betreft [ex-partner verdachte] en heeft ingeschreven gestaan op de [b-straat 1] te [plaats] , in de periode 7 mei 2010 tot en met 18 oktober 2018;
• [ex-partner verdachte] heeft als roepnaam [betrokkene 1] ; (...)”
[b-straat 2] appartementeen financieel blok aan het been is van iemand genaamd
“ [betrokkene 1] ””. Gecombineerd met andere onderzoeksgegevens (onder andere resultaten van onderzoek in de Basisregistratie Personen en resultaten uit andere opsporingsonderzoeken) leidt (onder meer) die vaststelling tot de conclusie dat de verdachte de gebruiker is geweest van het [emailadres 5] .
concreetgeleden nadeel. Daarbij is het door de Hoge Raad geschetste kader ter beoordeling van vormverzuimen in de zin van art. 359a Sv van belang, dat onder meer inhoudt:
welsprake is van een meer dan beperkte inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van de verdachte, omdat berichten tussen de verdachte en zijn familie, (voormalige) vrouw en kind zijn onderschept. In randnummer 3.6 concludeerde ik al dat ik de stellers van het middel in deze klacht niet kan volgen. Het oordeel van het hof dat vanwege de beperkte inbreuk die de inzage in de PGP-berichten heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van de verdachte kan worden volstaan met een constatering van het vormverzuim, is tegen die achtergrond niet onbegrijpelijk. [9]
Het derde middel
Overschrijding redelijke termijn
geheletijdsverloop kunnen verklaren. Hieruit leid ik af dat het hof blijft bij de primaire vaststelling dat in beide instanties sprake is van een overschrijding van de redelijke termijn in de zin van art. 6 lid 1 EVRM Pro, die een korting van in totaal vier maanden gevangenisstraf rechtvaardigt. Dat het hof in de beoordeling van de oorzaken van het tijdsverloop omstandigheden betrekt die zich zowel in eerste aanleg als in hoger beroep voordeden, doet er dus niet aan af dat het hof ter beantwoording van de vraag of de behandeling van de zaak binnen de redelijke termijn heeft plaatsgevonden, de duur van het proces in eerste aanleg en in hoger beroep afzonderlijk heeft beoordeeld.
Het vierde middel
geensprake is als de maatregel enkel tot gevolg heeft dat de minimumdrempel om in aanmerking te komen voor VI wordt verhoogd. Van een verzwaring van de straf kan
welsprake zijn wanneer de maatregel de mogelijkheid van VI in wezen afschaft, of als deze onderdeel uitmaakt van een reeks maatregelen die ertoe leiden dat de aanvankelijk opgelegde straf intrinsiek zwaarder wordt. [24] Van laatstgenoemde situaties is met de toepassing van art. 6:2:10 Sv Pro geen sprake. Eerder kan de sinds 1 juli 2021 in art. 6:2:10 Sv Pro vervatte regeling worden beschouwd als een verhoging van de minimumdrempel om in aanmerking te komen voor VI, en over een dergelijke maatregel oordeelde het HvJ EU juist dat deze
geenverzwaring van de straf in de zin van art. 49 van Pro het Handvest oplevert.
Het vijfde middel
Slotsom