ECLI:NL:HR:2025:1624

Hoge Raad

Datum uitspraak
4 november 2025
Publicatiedatum
28 oktober 2025
Zaaknummer
24/01916
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 279.2 SrArt. 282.1 SrArt. 36e.3 SvArt. 288.1.a SvArt. 6:106.b BW
Verwijzingen
4 uitgaand · 4 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt veroordeling voor medeplegen kinderontvoering naar India

In deze zaak staat het beroep in cassatie centraal tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam waarin verdachte werd veroordeeld voor medeplegen van wederrechtelijke vrijheidsberoving en onttrekking van een minderjarige aan het wettig gezag. Het incident betrof het in 2016 met geweld weghalen van een tweejarig meisje bij haar moeder in Amsterdam en het meenemen naar India.

De Hoge Raad beoordeelde verschillende cassatiemiddelen die door de verdediging waren ingebracht, waaronder procedurele klachten over betekening en het horen van getuigen. De klachten werden verworpen omdat zij niet tot vernietiging van het hofarrest konden leiden en het hof voldoende motivering had gegeven.

Daarnaast werd een civiele vordering van de benadeelde partij betreffende immateriële schade besproken, waarbij de Hoge Raad verwees naar artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie, waardoor geen nadere motivering noodzakelijk was.

Het arrest van de Hoge Raad bevestigt daarmee de eerdere uitspraak van het hof Amsterdam en handhaaft de veroordeling van verdachte voor de ernstige strafbare feiten met betrekking tot kinderontvoering.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de veroordeling van verdachte voor medeplegen kinderontvoering en wederrechtelijke vrijheidsberoving.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer24/01916
Datum4 november 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 13 mei 2024, nummer 23-002841-19, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1964,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat W.H. Jebbink bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
Namens de [benadeelde] heeft de advocaat J.P. Plasman een verweerschrift ingediend.
De advocaat-generaal M.E. van Wees heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
4 november 2025.