Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
Bij de beoordeling van de vraag of een uitlating onnodig grievend is, moet, als het gaat om een uitlating door een politicus in het kader van het publieke debat – het politieke debat daaronder begrepen – onder ogen worden gezien enerzijds het belang dat de betreffende politicus daadwerkelijk in staat moet zijn zaken van algemeen belang aan de orde te stellen ook als zijn uitlatingen kunnen kwetsen, choqueren of verontrusten, maar anderzijds ook de verantwoordelijkheid die de politicus in het publieke debat draagt om te voorkomen dat hij uitlatingen verspreidt die strijdig zijn met de wet en met de grondbeginselen van de democratische rechtsstaat. (Vgl. HR 16 december 2014, ECLI:NL:HR:2014:3583.)
Tot slot moet de strafrechter zich ervan rekenschap geven dat het strafrechtelijke optreden als geheel – waaronder ook de bestraffing – niet zo ingrijpend mag zijn dat daarvan een “chilling effect” uitgaat op personen die gebruik willen maken van hun recht op vrijheid van meningsuiting.
Daarmee heeft het hof ten eerste tot uitdrukking gebracht dat het de uitlatingen van de verdachte, mede gelet op de bewoordingen daarvan, beschouwt als niet meer dan een ongefundeerde persoonlijke aanval op de wethouder en ten tweede dat het hof de verdediging niet volgde voor zover aan haar betoog ten grondslag lag dat de verdachte te goeder trouw een op feiten gebaseerde bijdrage wilde leveren aan het publieke debat. Deze oordelen van het hof geven niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting en zijn, ook in het licht van het gevoerde verweer, niet onbegrijpelijk. Ook voor het overige blijkt niet dat het hof – dat de verdachte heeft veroordeeld tot een taakstraf van twintig uren – het onder 2.4 weergegeven kader heeft miskend.
3.Beslissing
4 februari 2025.