Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
3.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
Voor zover het hof op andere grond het door [medeverdachte] B.V. ontvangen provisiebedrag heeft aangemerkt als wederrechtelijk voordeel dat niet alleen door [medeverdachte] B.V., maar ook door de betrokkene is ontvangen, is dat oordeel ontoereikend gemotiveerd. Uit de vaststellingen van het hof blijkt niet of en, zo ja, in hoeverre de betrokkene daarover in die mate vrijelijk en te eigen bate heeft beschikt of heeft kunnen beschikken dat die provisie als daadwerkelijk wederrechtelijk verkregen voordeel aan de betrokkene kan worden toegerekend. Daarbij zijn de vaststellingen van het hof ook onvoldoende om te kunnen oordelen dat sprake is van ‘gemeenschappelijk voordeel’ dat zowel aan [medeverdachte] B.V. als aan de betrokkene, ieder voor het geheel, kan worden toegerekend. (Vgl. HR 7 april 2015, ECLI:NL:HR:2015:884, rechtsoverweging 2.4.6-2.4.8.)
4.Beslissing
2 december 2025.