Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
€ 7.478,00, € 1.131,00 en € 689,00, derhalve een totaalbedrag van € 9.298,00.
3.Slotsom
4.Beslissing
7 april 2015.
Hoge Raad
De Hoge Raad heeft op 7 april 2015 uitspraak gedaan over de toepassing van hoofdelijke aansprakelijkheid bij ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel in strafzaken waarbij meerdere daders betrokken zijn. In deze zaak betrof het een betrokkene die deelnam aan een criminele organisatie die meerdere inbraken pleegde. Het hof had een betalingsverplichting opgelegd van € 184.145,69 zonder vast te stellen welk deel van het voordeel daadwerkelijk aan de betrokkene toekwam.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof onvoldoende had gemotiveerd dat de betrokkene feitelijk deelde in het totale voordeel, ook voor de inbraak waarvoor hij was vrijgesproken. Tevens stelde de Hoge Raad dat hoofdelijke aansprakelijkheid slechts kan worden toegepast indien sprake is van een gemeenschappelijk voordeel waarover alle mededaders konden beschikken. Indien dit niet kan worden vastgesteld, dient het voordeel naar redelijkheid of pondspondsgewijs te worden toegerekend.
De uitspraak verduidelijkt dat de ontnemingsmaatregel reparatoir van aard is en dat alleen het daadwerkelijk genoten voordeel kan worden ontnomen. De zaak is vernietigd en terugverwezen naar het hof voor hernieuwde berechting met inachtneming van deze uitgangspunten.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het hofarrest wegens onvoldoende motivering en beperkt de toepassing van hoofdelijke aansprakelijkheid bij ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.