ECLI:NL:HR:2025:1844

Hoge Raad

Datum uitspraak
9 december 2025
Publicatiedatum
4 december 2025
Zaaknummer
24/03722
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 287 SrArt. 285.1 SrArt. 26.1 WWMArt. 81.1 ROArt. 421.3 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatie in zaak poging tot doodslag en wapendelicten

In deze strafzaak stond de verdachte terecht voor poging tot doodslag door in 2020 in Amsterdam een willekeurige wandelaar met een vuurwapen in de buik te schieten, bedreiging met een misdrijf tegen het leven gericht en het voorhanden hebben van een vuurwapen en munitie. Het gerechtshof Amsterdam had de verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van 66 maanden en TBS met dwangverpleging.

De verdachte stelde in cassatie onder meer vragen over de strafmotivering, met name de beoordeling van een gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van geestvermogens tijdens het plegen van de feiten, en verwees naar een arrest van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) in de zaak Constancia/Nederland. Tevens werd betwist of de toewijzing van immateriële schade aan de benadeelde partij door het hof in overeenstemming was met de procesregels.

De Hoge Raad heeft de klachten van de verdachte beoordeeld en geoordeeld dat deze onvoldoende zijn om het arrest van het hof te vernietigen. De Hoge Raad achtte het niet nodig om nadere motivering te geven, omdat de klachten geen vragen van belang voor de eenheid of ontwikkeling van het recht bevatten. Het cassatieberoep werd derhalve verworpen.

Uitkomst: Hoge Raad verwerpt cassatie en bevestigt gevangenisstraf van 66 maanden en TBS met dwangverpleging.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer24/03722
Datum9 december 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 3 oktober 2024, nummer 23-002581-21, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1990,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat J. Kuijper bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsvrouw van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2.Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
9 december 2025.