ECLI:NL:HR:2025:1851
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt uitsluiting AOW-verzekering op grond van hardheidsclausule en EU-verordeningen
Belanghebbende, met Nederlandse nationaliteit en woonachtig in Nederland, werkte van september 2007 tot oktober 2015 voor een Zwitserse werkgever op een schip onder Panamese vlag buiten de EU. De Sociale Verzekeringsbank (SVB) sloot hem uit van de Nederlandse volksverzekeringen over de periode mei 2010 tot september 2015 op basis van de hardheidsclausule in artikel 24 KB Pro 746. Belanghebbende vroeg later een pensioenoverzicht aan, waarop de SVB aangaf dat hij slechts 18% AOW had opgebouwd tot april 2020.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat belanghebbende niet verzekerd was voor de AOW van september 2007 tot maart 2019, omdat de Zwitserse wetgeving hem verplicht verzekerde en Nederland daardoor niet bevoegd was. Voor de periode april 2012 tot september 2015 bevestigde de Centrale Raad dat Nederland de bevoegde lidstaat was, maar dat de uitsluiting op grond van het SVB-besluit van 2019 rechtsgeldig bleef.
De Hoge Raad verwierp de klachten van belanghebbende, waaronder het betoog dat woonplaatsvereisten in de Zwitserse wetgeving wel meegewogen moesten worden en dat het SVB-besluit niet toegepast kon worden vanwege EU-recht. De Hoge Raad stelde dat het SVB-besluit formeel onherroepelijk is en dat de nationale rechter geen reden ziet dit te vernietigen. Het beroep in cassatie werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en het pensioenoverzicht van de SVB blijft in stand.