Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
4.Beslissing
16 december 2025.
Hoge Raad
De Hoge Raad behandelt een cassatieberoep tegen een uitspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden inzake ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel uit hennepteelt. Het hof was bij de berekening van de kosten uitgegaan van 88 hennepplanten, terwijl de opbrengst was gebaseerd op 92 planten, wat een vergissing betreft.
De advocaat-generaal concludeerde tot vernietiging van het bestreden deel van het vonnis met betrekking tot de hoogte van de betalingsverplichting en stelde een vermindering voor tot €18.879,24. De Hoge Raad volgt dit advies en stelt vast dat het wederrechtelijk verkregen voordeel €61,52 lager moet worden vastgesteld.
De Hoge Raad merkt op dat dergelijke kennelijke misslagen bij voorkeur door het hof zelf hersteld kunnen worden, omdat dit snelle en duidelijke rechtszekerheid biedt. In dit geval doet de Hoge Raad zelf uitspraak vanwege het gelijktijdig ingestelde cassatieberoep.
Daarnaast constateert de Hoge Raad dat de redelijke termijn voor de cassatiefase is overschreden, maar ziet geen aanleiding voor verdere rechtsgevolgen in deze ontnemingszaak. Het beroep wordt voor het overige verworpen.
Uitkomst: De betalingsverplichting wordt verminderd tot €18.879,24 wegens een vergissing in de berekening van het aantal hennepplanten.