ECLI:NL:HR:2010:BJ7243

Hoge Raad

Datum uitspraak
6 juli 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08/00167
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROWetboek van Strafvordering
Verwijzingen
4 uitgaand · 71 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad vernietigt vervangende hechtenis bij niet-betaling schadevergoeding

In deze strafzaak stond de vraag centraal of het gerechtshof terecht had bevolen dat bij niet-betaling van een schadevergoeding door de verdachte vervangende hechtenis zou worden toegepast. Het hof had in eerste aanleg de verdachte veroordeeld tot betaling van een bedrag van 400 euro aan de benadeelde partij, met de toevoeging dat bij niet-betaling vervangende hechtenis van acht dagen zou volgen.

Een maand later stelde het hof een herstelarrest op waarin werd erkend dat deze beslissing berustte op een kennelijke vergissing en dat de betreffende deelbeslissing als niet genomen moest worden beschouwd. De Hoge Raad oordeelde echter dat het hof niet bevoegd was om dit herstelarrest uit te vaardigen omdat de vermeende omissie geen onmiddellijk kenbare fout of verschrijving betrof.

De Hoge Raad vernietigde het deel van het arrest waarin vervangende hechtenis werd opgelegd, omdat de wet niet voorziet in de mogelijkheid om vervangende hechtenis toe te passen bij niet-betaling van een schadevergoeding. De overige onderdelen van het beroep werden verworpen. Hiermee werd bevestigd dat de sanctie van vervangende hechtenis niet kan worden ingezet als dwangmiddel voor het innen van civiele schadevergoedingen in strafzaken.

Uitkomst: Het deel van het arrest dat vervangende hechtenis bij niet-betaling van schadevergoeding oplegde, is vernietigd.

Uitspraak

6 juli 2010
Strafkamer
nr. 08/00167
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 24 december 2007, nummer 20/001594-07, in de strafzaak tegen:
[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1986, wonende te [woonplaats].
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. J.C. Oudijk, advocaat te Venlo, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Knigge heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2. Beoordeling van het eerste en het tweede middel
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3. Beoordeling van het derde middel
3.1. Het middel behelst de klacht dat het Hof bij de beslissing tot toewijzing van de vordering van de benadeelde partij ten onrechte heeft bevolen dat bij gebreke van betaling vervangende hechtenis zal worden toegepast.
3.2. De achtste tot en met de dertiende alinea van het dictum van de bestreden uitspraak luiden als volgt:
"Het Hof: (...)
Veroordeelt verdachte om aan de benadeelde partij [benadeelde partij] te betalen een bedrag van EUR 400,00 (zegge: vierhonderd euro), bij niet betalen te vervangen door een vervangende hechtenis van 8 dagen.
Wijst de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij] toe.
Veroordeelt verdachte om tegen bewijs van kwijting aan de benadeelde partij voornoemd, te betalen een bedrag van EUR 400,00 (vierhonderd euro).
Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil.
Legt aan verdachte de verplichting op om, ten behoeve van [benadeelde partij], wonende te [a-straat 1] [plaats], aan de Staat een bedrag te betalen van EUR 400,00 (vierhonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 8 (acht) dagen hechtenis.
Bepaalt dat, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen."
3.3. Bij de stukken van het geding bevindt zich een door het Hof op 23 januari 2008 gewezen "herstelarrest", inhoudende:
"Bij gelegenheid van de uitspraak die het gerechtshof heeft gedaan op 24 december 2007, is een kennelijke vergissing begaan.
In de 8e alinea van het dictum is beslist: "Veroordeelt verdachte om aan de benadeelde partij [benadeelde partij] te betalen een bedrag een bedrag van EUR 400,00 (zegge:vierhonderd euro), bij niet betalen te vervangen door een vervangende hechtenis van 8 dagen."
Deze alinea is, gelet op wat onder de betreffende alinea is beslist, abusievelijk in de beslissing opgenomen.
Het hof zal deze omissie herstellen. Het hof is daarbij van oordeel dat door dit herstel verdachte noch het openbaar ministerie noch de benadeelde partij in enig rechtens te beschermen belang zijn geschaad.
Beslissing
Het hof herstelt zijn arrest van 24 december 2007 onder parketnummer 20-001594-07 gewezen, in zoverre dat de hierboven in de overwegingen bedoelde deelbeslissing als niet genomen dient te worden beschouwd."
3.4. Nu de door het Hof in "het herstelarrest" genoemde "omissie" niet een onmiddellijk kenbare fout, verschrijving of verrekening betrof, stond het het Hof niet vrij een "herstelarrest" te wijzen, zodat dat arrest in cassatie buiten beschouwing moet blijven.
3.5. Het Hof heeft in zijn onder 3.2 weergegeven beslissing bij de toewijzing van de vordering van de benadeelde partij ten onrechte bevolen dat bij gebreke van betaling vervangende hechtenis zal worden toegepast. De wet voorziet niet in die mogelijkheid. Het middel slaagt.
4. Slotsom
Nu de Hoge Raad geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat als volgt moet worden beslist.
5. Beslissing
De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak, doch uitsluitend voor zover het Hof bij de beslissing tot toewijzing van de vordering van de benadeelde partij heeft bevolen dat bij gebreke van betaling vervangende hechtenis zal worden toegepast;
verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman, H.A.G. Splinter-van Kan, W.F. Groos en M.A. Loth, in bijzijn van de griffier S.P. Bakker, en uitgesproken op 6 juli 2010.