ECLI:NL:HR:2010:BJ7243
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- B.C. de Savornin Lohman
- H.A.G. Splinter-van Kan
- W.F. Groos
- M.A. Loth
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt vervangende hechtenis bij niet-betaling schadevergoeding
In deze strafzaak stond de vraag centraal of het gerechtshof terecht had bevolen dat bij niet-betaling van een schadevergoeding door de verdachte vervangende hechtenis zou worden toegepast. Het hof had in eerste aanleg de verdachte veroordeeld tot betaling van een bedrag van 400 euro aan de benadeelde partij, met de toevoeging dat bij niet-betaling vervangende hechtenis van acht dagen zou volgen.
Een maand later stelde het hof een herstelarrest op waarin werd erkend dat deze beslissing berustte op een kennelijke vergissing en dat de betreffende deelbeslissing als niet genomen moest worden beschouwd. De Hoge Raad oordeelde echter dat het hof niet bevoegd was om dit herstelarrest uit te vaardigen omdat de vermeende omissie geen onmiddellijk kenbare fout of verschrijving betrof.
De Hoge Raad vernietigde het deel van het arrest waarin vervangende hechtenis werd opgelegd, omdat de wet niet voorziet in de mogelijkheid om vervangende hechtenis toe te passen bij niet-betaling van een schadevergoeding. De overige onderdelen van het beroep werden verworpen. Hiermee werd bevestigd dat de sanctie van vervangende hechtenis niet kan worden ingezet als dwangmiddel voor het innen van civiele schadevergoedingen in strafzaken.
Uitkomst: Het deel van het arrest dat vervangende hechtenis bij niet-betaling van schadevergoeding oplegde, is vernietigd.