ECLI:NL:HR:2025:218

Hoge Raad

Datum uitspraak
18 februari 2025
Publicatiedatum
10 februari 2025
Zaaknummer
23/00646
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatieArt. 417bis.1.a Sr
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatie in zaak schuldheling elektrische fiets zonder sleutel en accu

In deze strafzaak stond schuldheling centraal, waarbij verdachte een elektrische fiets had gekocht via Marktplaats. De fiets was voorzien van een open ringslot, zonder sleutel en accu, en werd tegen een lage prijs aangeboden. Het hof Den Haag oordeelde dat verdachte ten tijde van het voorhanden hebben van de fiets redelijkerwijs moest vermoeden dat deze van diefstal afkomstig was, hetgeen een bestanddeel is van schuldheling volgens artikel 417bis.1.a Sr.

Verdachte stelde in cassatie een bewijsklacht in tegen deze beoordeling, maar de Hoge Raad concludeerde dat het hof in het licht van het gevoerde verweer terecht tot zijn oordeel was gekomen. De Hoge Raad zag geen aanleiding om het arrest van het hof te vernietigen en vond dat motivering niet nodig was omdat de klachten niet relevant waren voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.

Het cassatieberoep werd derhalve verworpen. De uitspraak werd gedaan door de vice-president van den Brink als voorzitter en raadsheren Röttgering en Kuijer, op 18 februari 2025, na behandeling van het beroep ingesteld door verdachte en conclusie van de plaatsvervangend advocaat-generaal Sinnige.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; het hof oordeelde terecht dat verdachte schuld had aan het voorhanden hebben van een gestolen fiets.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer23/00646
Datum18 februari 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 7 februari 2023, nummer 22-003235-21, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in de [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1984,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft M.T. de Vaal, advocaat in 's‑Gravenhage, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De plaatsvervangend advocaat-generaal V.M.A. Sinnige heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.E.M. Röttgering en M. Kuijer, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
18 februari 2025.