Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
18 februari 2025.
Hoge Raad
In deze strafzaak stond schuldheling centraal, waarbij verdachte een elektrische fiets had gekocht via Marktplaats. De fiets was voorzien van een open ringslot, zonder sleutel en accu, en werd tegen een lage prijs aangeboden. Het hof Den Haag oordeelde dat verdachte ten tijde van het voorhanden hebben van de fiets redelijkerwijs moest vermoeden dat deze van diefstal afkomstig was, hetgeen een bestanddeel is van schuldheling volgens artikel 417bis.1.a Sr.
Verdachte stelde in cassatie een bewijsklacht in tegen deze beoordeling, maar de Hoge Raad concludeerde dat het hof in het licht van het gevoerde verweer terecht tot zijn oordeel was gekomen. De Hoge Raad zag geen aanleiding om het arrest van het hof te vernietigen en vond dat motivering niet nodig was omdat de klachten niet relevant waren voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.
Het cassatieberoep werd derhalve verworpen. De uitspraak werd gedaan door de vice-president van den Brink als voorzitter en raadsheren Röttgering en Kuijer, op 18 februari 2025, na behandeling van het beroep ingesteld door verdachte en conclusie van de plaatsvervangend advocaat-generaal Sinnige.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; het hof oordeelde terecht dat verdachte schuld had aan het voorhanden hebben van een gestolen fiets.