Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de cassatiemiddelen
3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
4.Beslissing
18 februari 2025.
Hoge Raad
De betrokkene stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch inzake een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel uit valsheid in geschrift. De advocaat-generaal adviseerde tot verwerping van het beroep, waarop de betrokkene schriftelijk reageerde.
De Hoge Raad heeft de klachten beoordeeld maar oordeelde dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. Het hof had het voordeel geschat en de toerekening daarvan beoordeeld, waarbij ook het fiscale mechanisme en belastingheffing bij vennootschappen van betrokkene aan de orde waren. De Hoge Raad vond geen noodzaak tot nadere motivering omdat de vragen niet van belang zijn voor de rechtsontwikkeling.
De Hoge Raad constateerde dat de redelijke termijn zoals bedoeld in het EVRM was overschreden, maar verbond daaraan geen rechtsgevolgen. Dit arrest is gewezen door de vice-president en raadsheren en betreft een cassatiezaak die samenhangt met een strafzaak onder nummer 22/03258.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het arrest van het hof inzake ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.