Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
11 maart 2025.
Hoge Raad
De betrokkene werd veroordeeld voor medeplichtigheid bij medeplegen van hennepteelt door het ter beschikking stellen van een pand waarin een hennepkwekerij was gevestigd. In de procedure tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel werd betoogd dat de kosten die de betrokkene moest betalen voor illegaal afgenomen elektriciteit in mindering moesten worden gebracht op het voordeel.
Het hof verwierp dit verweer omdat de betrokkene was vrijgesproken van de diefstal van elektriciteit en de terugbetaling aan de elektriciteitsleverancier daarom niet als kosten in directe relatie tot het delict werden gezien. De Hoge Raad oordeelde dat het hof deze verwerping onvoldoende heeft gemotiveerd, aangezien de illegale elektriciteit direct werd gebruikt voor de hennepteelt waarvoor de betrokkene werd veroordeeld.
De Hoge Raad herhaalt de jurisprudentie dat alleen kosten die in directe relatie staan tot het delict in mindering mogen worden gebracht en dat bij gemotiveerd verweer de rechter dit expliciet moet motiveren. Gezien de omstandigheden is het niet zonder meer begrijpelijk dat de elektriciteitskosten niet in verband zouden staan met het delict. Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest en wijst de zaak terug voor hernieuwde beoordeling.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en wijst de zaak terug voor hernieuwde beoordeling van de aftrek van elektriciteitskosten.