ECLI:NL:HR:2025:35
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht
Belanghebbenden hebben beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep. De Hoge Raad heeft hen bij aangetekende brief gewezen op de verschuldigdheid van griffierecht en een termijn gesteld voor betaling. Hoewel de brief is ontvangen, is het griffierecht niet betaald. Vervolgens is belanghebbenden opnieuw in de gelegenheid gesteld om te reageren op het niet-betalen, maar zij hebben hiervan geen gebruik gemaakt.
Op grond van artikel 8:41, lid 6, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) moet het beroep in cassatie daarom niet-ontvankelijk worden verklaard. De Hoge Raad ziet geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen aan een van de partijen.
Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 10 januari 2025. Hiermee komt een einde aan de procedure in cassatie wegens formele niet-ontvankelijkheid.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.