Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
25 maart 2025.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een beschikking van de rechtbank Den Haag over een klaagschrift ingediend door de klager tegen beslaglegging op zijn telefoon, uitgevoerd op grond van een rechtshulpverzoek van Turkse autoriteiten. De klager voerde aan dat door uitvoering van het rechtshulpverzoek sprake zou zijn van een dreigende flagrante schending van artikel 6 EVRM Pro en het folterverbod.
De rechtbank oordeelde dat niet was komen vast te staan dat de klager door de uitvoering van het rechtshulpverzoek aan een dergelijke schending zou worden blootgesteld. De Hoge Raad heeft het cassatieberoep van de klager beoordeeld en geoordeeld dat de klachten niet leiden tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. De Hoge Raad motiveert dit oordeel niet, omdat beantwoording van de vragen niet noodzakelijk is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.
De Hoge Raad verwerpt het beroep en bevestigt daarmee de beslissing van de rechtbank Den Haag. De beschikking is uitgesproken door de vice-president en raadsheren tijdens een openbare terechtzitting op 25 maart 2025.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de beschikking van de rechtbank Den Haag.