Uitspraak
1.Procesverloop
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
28 maart 2025.
Hoge Raad
Betrokkene heeft cassatieberoep ingesteld tegen een beschikking van de rechtbank Gelderland van 4 april 2024, waarin een rechterlijk oordeel is gegeven over zijn verslavingsstoornis en de vraag of hij daardoor ernstig nadeel ondervindt.
De officier van justitie heeft geen verweerschrift ingediend. De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep, waarop de advocaat van betrokkene schriftelijk heeft gereageerd.
De Hoge Raad heeft de klachten beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van de beschikking. De Hoge Raad achtte het niet nodig om inhoudelijk op de rechtsvragen in te gaan, omdat deze niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
Daarom heeft de Hoge Raad het cassatieberoep verworpen en de beschikking van de rechtbank gehandhaafd.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en handhaaft de beschikking van de rechtbank.