ECLI:NL:HR:2025:489

Hoge Raad

Datum uitspraak
1 april 2025
Publicatiedatum
28 maart 2025
Zaaknummer
23/02742
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 287 SrArt. 81 lid 1 RO
Verwijzingen
4 uitgaand · 3 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Cassatieverwerping in zaak medeplegen poging tot doodslag en zware mishandeling

De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 6 juli 2023, waarin de verdachte werd vrijgesproken van medeplegen poging tot doodslag en veroordeeld voor medeplegen poging tot zware mishandeling. De feiten betreffen het slaan met een honkbalknuppel en met de vuist tegen twee personen nadat een gestolen bromfiets van de dochter van de verdachte te koop werd aangeboden.

De verdachte stelde in cassatie meerdere klachten voor, met name gericht op de bewijskracht van het voorwaardelijk opzet op doodslag. De advocaat-generaal adviseerde tot verwerping van het cassatieberoep.

De Hoge Raad oordeelde dat de klachten niet tot vernietiging van het arrest konden leiden en dat het niet nodig was om inhoudelijk op de vragen in te gaan, omdat deze niet van belang waren voor de eenheid of ontwikkeling van het recht. Het beroep werd derhalve verworpen.

Het arrest werd gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter en raadsheren Y. Buruma en M. Kuijer, en uitgesproken op 1 april 2025.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; het arrest van het hof Amsterdam blijft in stand.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer23/02742
Datum1 april 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 6 juli 2023, nummer 23-002040-20, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1973,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft D. Bektesevic, advocaat in Amsterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en M. Kuijer, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
1 april 2025.