Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste en het derde cassatiemiddel
3.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
4.Beslissing
1 april 2025.
Hoge Raad
De verdachte is door het hof Den Haag veroordeeld voor diefstal en opzetheling tot een gevangenisstraf van één maand, waarvan zes weken voorwaardelijk. Het hof heeft in het arrest van 5 oktober 2023 de vordering tot tenuitvoerlegging van het voorwaardelijke gedeelte toegewezen, maar heeft deze beslissing niet gemotiveerd.
De verdachte stelde cassatieberoep in tegen het arrest, met name gericht op het ontbreken van een motivering bij de beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging. De advocaat-generaal concludeerde tot vernietiging van het arrest, maar uitsluitend voor zover de beslissing op de tenuitvoerleggingsvordering betreft.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof, in strijd met artikel 6:6:5 lid 1 jo Pro. 6:6:21 lid 1 Sv, de beslissing niet heeft gemotiveerd. Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest voor dat onderdeel en wijst de zaak terug naar het hof Den Haag voor een nieuwe beoordeling en beslissing. Voor het overige wordt het beroep verworpen.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd voor het onderdeel tenuitvoerlegging en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde beoordeling.