Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
1 april 2025.
Hoge Raad
De verdachte, een politieagent, werd door het gerechtshof Den Haag veroordeeld wegens computervredebreuk. Hij had in de periode van januari 2015 tot juni 2017 met zijn politieaccount politiesystemen binnengedrongen en vertrouwelijke informatie over personen, voertuigen en adressen geraadpleegd, geëxporteerd en geprint voor privédoeleinden.
De verdachte gaf toe dat hij de systemen had bevraagd, onder meer om personen rondom een bekende te controleren, en ook zijn eigen vriendin en broer had opgezocht. Het hof stelde vast dat de verdachte deze bevragingen buiten diensttijd en zonder werkgerelateerde reden had uitgevoerd, zonder mutaties of melding binnen het politiewerk.
De Hoge Raad bevestigt het oordeel van het hof dat het inloggen met een politieaccount en het raadplegen van de digitale werkomgeving neerkomt op binnendringen in een geautomatiseerd werk, namelijk de servers van de politie. Het cassatieberoep faalt omdat het hof geen onjuiste rechtsopvatting heeft gehanteerd en het bewijs voldoende is. De verdachte wordt aldus schuldig bevonden aan computervredebreuk met gebruik van een valse sleutel.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling van de verdachte voor computervredebreuk wegens onbevoegd raadplegen van politiesystemen.