Uitspraak
1.Verder procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
4.Beslissing
8 april 2025.
Hoge Raad
In deze economische strafzaak ging het om het op grond gooien en achterlaten van een papieren zakdoek, in strijd met de oude Afvalstoffenverordening Amsterdam 2009 en de oude Wet milieubeheer. De verdachte werd strafbaar verklaard, maar er werd geen straf of maatregel opgelegd.
De procedure betrof onder meer de vraag of het gebruik van het proces-verbaal van de verbalisant, die niet door de verdediging kon worden ondervraagd maar wel schriftelijk vragen had beantwoord, voldeed aan het recht op een eerlijk proces zoals gewaarborgd in artikel 6 EVRM Pro. De Hoge Raad oordeelde dat de klachten van de verdachte niet tot vernietiging van het hofarrest konden leiden.
Daarnaast stelde de Hoge Raad vast dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM Pro was overschreden, aangezien meer dan twee jaar waren verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep. Gezien het feit dat geen straf of maatregel was opgelegd, verbond de Hoge Raad aan deze overschrijding geen ander rechtsgevolg.
Het cassatieberoep werd uiteindelijk verworpen. Dit arrest vormt een vervolg op een eerder tussenarrest van december 2024 en hangt samen met andere zaken zonder middelen van de verdachte.
Uitkomst: Het cassatieberoep is verworpen en de verdachte is strafbaar verklaard zonder strafoplegging ondanks overschrijding van de redelijke termijn.