Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
22 april 2025.
Hoge Raad
In deze strafzaak stond de verdachte terecht voor poging tot verkrachting, waarvoor hij in eerste aanleg werd vrijgesproken. Het hof 's-Hertogenbosch bevestigde deze vrijspraak, ondanks klachten over tegenstrijdigheden in bewijsmiddelen zoals de exacte plaats van het delict, de lengte en leeftijd van de verdachte, en de betrouwbaarheid van verklaringen van de aangeefster.
De verdediging voerde aan dat de verklaringen van de aangeefster inconsistent waren en dat het DNA-bewijs niet verenigbaar was met het scenario van de verdachte. Het hof oordeelde echter dat de verschillen in verklaringen niet zodanig waren dat het bewijs onbegrijpelijk werd en dat de aangevoerde inconsistenties onvoldoende waren om de betrouwbaarheid van de aangeefster geheel te verwerpen.
De Hoge Raad heeft het cassatieberoep van de verdachte verworpen. De Hoge Raad onderschrijft dat het hof het alternatief scenario van de verdediging terecht als niet aannemelijk heeft verworpen en dat de motivering van het hof toereikend is. Daarmee blijft de vrijspraak in stand.
Uitkomst: Hoge Raad bevestigt vrijspraak poging tot verkrachting en verwerpt cassatieberoep.